“Nationale Commissie Uitbanning Kinderarbeid” aan het werk

Minister Soewarto Moestadja van Arbeid heeft de ‘Nationale Commissie Uitbanning Kinderarbeid’ opnieuw bemenst. Volgens de minister is de instelling van deze interdepartementale en multipartiete commissie een dringende noodzakelijkheid. Dit zegt hij omdat het ministerie over de informatie beschikt dat ongeveer 3 procent van de kinderen arbeid verricht in plaats van in de schoolbanken te zitten.
Het ministerie weet uit ervaring dat kinderen die werken nauwelijks in staat zijn om iets aan hun situatie te veranderen. Ook zullen ze als volwassenen minder mogelijkheden hebben om bij te dragen aan hun eigen onderhoud en aan de economie van ons land.
Het is volgens Moestadja een doorgeprikte illusie om ervan uit te gaan dat slechts het ministerie van Arbeid kinderarbeid kan uitbannen. “Als de handen niet ineen worden geslagen vanuit verschillende sectoren en op multipartiet niveau, zullen wij als land ook niet staat zijn om de spijker op de kop te slaan in het belang van het kind, hield hij de commissie voor”, zegt hij.
Een van de voornaamste voorwaarden om kinderarbeid tegen te gaan, is ervoor zorgen dat er een goed wettelijk kader is ter bescherming van kinderen in ons land.
Voor wat het ministerie van Arbeid betreft is volgens Moestadja het voorwerk hiertoe reeds gedaan, doelend op verdragen die intussen zijn geratificeerd en wetsproducten die hieruit voortvloeien. Hij noemt in dit verband de ratificaties van twee belangrijke verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in 2006 en 2018. Het gaat in deze om het verdrag tegen de ergste vormen van kinderarbeid en het verdrag dat betrekking heeft op minimum arbeidsleeftijden.
Deze ratificaties hebben mede in geresulteerd in het slaan van een staatsbesluit over gevaarlijke Arbeid en een wetsvoorstel ‘Arbeid door Kinderen en Jeugdige Personen’ Dit wetsvoorstel wordt nu in behandeling genomen door de Nationale Assemblee. In het ontwerp is onder andere opgenomen dat de minimumleeftijd om arbeid te mogen verrichten in ons land wordt opgetrokken van 14 jaar naar minimaal 16 jaar. Het ligt in de bedoeling dat de huidige leerplichtige leeftijd van 12 jaar zich ook aanpast aan de nieuwe arbeidsminimumleeftijd.
Voorts noemt de minister een onderzoek over kinderarbeid in ons land dat reeds is afgerond. De verwachting is dat de resultaten van dit onderzoek spoedig bekend gemaakt zullen worden door het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek (IMWO) dat belast is met het onderzoek.
Het gaat in deze om een onderzoek dat haast alle districten bestrijkt, met uitzondering van Brokopondo en Sipaliwini. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het project Country Level Engagement and Assistance to Reduce child labour (CLEAR-Project) in opdracht van het ministerie van Arbeid met medewerking van de ILO. Mede met de resultaten van het onderzoek zal de commissie een actieplan vanuit verscheidene invalshoeken dienen voor te bereiden.
De brede aanpak tegen kinderarbeid kan volgens Moestadja niet voldoende worden benadrukt. Hij ziet een integrale aanpak van beleid van de verschillende ministeries en maatschappelijke organisaties als een fundamentele voorwaarde om als land succes te kunnen boeken in de strijd tegen kinderarbeid.
De taken van de commissie zijn onder andere: het samenstellen van een nationaal actieplan voor de uitbanning van kinderarbeid; het initiëren van specifieke ontwikkelingsprogramma’s voor kinderen van inheemse en in stamverband levende volkeren; het doen plegen van onderzoek naar de sociaal economische situatie van kinderen die kinderarbeid verrichten; en het adviseren van de minister over de sociaaleconomische re-integratie van kinderen betrokken in het arbeidsproces.
De commissie zal spoedig worden uitgebreid met vertegenwoordigers van het ministerie van Sport en Jeugd Zaken en het Kabinet van de President.(GFC)

Bericht: >“Nationale Commissie Uitbanning Kinderarbeid” aan het werk