Jan Pronk: ‘Verdeel en heers hebben wij ook in Suriname gedaan’

Op 6 april 2018 is er een artikel verschenen in de Volkskrant naar aanleiding van de pennenvrucht van Jan Pronk, minister van ontwikkelingssamenwerking (Nederland, 1989-1998), met de titel Rwanda, Strijd rond de grote meren. Een artikel welke ik persoonlijk sterk wil aanbevelen aan vooral de jeugd van Suriname. De discussies over ontwikkelingshulp, de rol van Nederland op de ontwikkeling van Suriname, overige buitenlandse invloeden enzovoorts zijn nimmer bedoeld geweest om gelijk te krijgen of iemand of een organisatie onaangenaam te zijn. Het liefst heb je in zulke situaties ongelijk.
De afgelopen jaren hebben we vanuit de PALU bij elke poging om dit onderwerp ter discussie te stellen steeds weer gehoord van Hoe kan het nou de schuld van het buitenland zijn? In welke tijd leef je? Erken je eigen fouten? Biedt jouw verontschuldigingen aan, jullie kinderen studeren toch ook in het buitenland? Waar waren we zonder hulp uit het buitenland?!
En in een boze bui heb ik wel eens aan mensen gezegd al pissen sommige buitenlandse mogendheden op sommige Surinamers, dan nog zeggen die Surinamers, ‘nee het regent!’
Ik zou elke rechtgeaarde Surinamer het artikel willen aanbevelen, nogmaals niet om gelijk te krijgen. Dit is hopelijk een nieuw begin om te geraken tot een rationele discussie over ons verleden als basis van het heden. Dat is mijns inziens het belangrijkste fundament om samen te bouwen aan het Suriname van onze toekomst.
Reeds in 1977 stelde de PALU: Reorganisatie ontwikkelingshulp vanuit Nederland is een gebiedende eis.
In het op 6 april 2018 verschenen artikel in de Volkskrant stelt Jan Pronk (oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking van Nederland ten tijde van onze onafhankelijkheid) onder andere het volgende:
“Heel veel conflicten in de wereld zijn het gevolg van een koloniaal verleden… Dat is ook het geval geweest in Rwanda. Daar zijn de onderlinge verschillen tussen de Hutu’s en de Tutsi’s, die in vroeger tijden vreedzaam samenleefden, uitvergroot door de Belgische kolonisatoren, die iedereen identiteitskaarten gaven waarop stond of je een Hutu of Tutsi was; de Tutsi’s kregen een voorkeursbehandeling. De Tutsi’s zijn gaan geloven in hun eigen superioriteit doordat zij door de Westerse kolonisatoren op een voetstuk werden geplaatst. Dat zie je eigenlijk in alle landen met een koloniaal verleden. Bestaande verschillen werden uitvergroot. Verdeel en heers. Dat hebben wij ook in Suriname en Indonesië gedaan. Geen kolonisator die zich daar niet schuldig aan heeft gemaakt. Veel landen betalen daar nu nog de prijs voor.”
Veel mensen geloven niet meer in ontwikkelingshulp. “Ja, dat is zo, omdat men niet goed weet wat het inhoudt. En er worden fouten gemaakt, ja. Maar als je niet betrokken bent, worden er óók fouten gemaakt en zijn er veel meer mensen slachtoffer. Bovendien: alle ontwikkelingssamenwerking is voor een belangrijk deel een correctie op een pervers koloniaal beleid in het verleden. Wij zijn mede rijk geworden door koloniale relaties. Ik vind dat die landen gelijk hebben als ze zouden zeggen: ontwikkelingshulp willen we niet, we willen een herstelbetaling. Compenseer ons maar. Want het is ons geld. Jullie hebben het afgepakt, we …

Bericht: >Jan Pronk: ‘Verdeel en heers hebben wij ook in Suriname gedaan’
Suriname Herald